Posted by on jan. 14, 2013 | 0 comments

Geurverschillen

Geurgeheugen, een persoonlijke ervaring

Hoe herkenbaar is het als je ergens binnenkomt je onmiddellijk een eerste indruk hebt van de omgeving en de mensen die er aanwezig zijn, een bedrijf, een kroeg, een gezelschap.

Hoe belangrijk ook de aanwezige geur is heb ik heel sterk ervaren toen ik in Hong Kong was en een tocht maakte naar de “New Territories”, het toenmalige grensgebied met China. Het was 30 jaar nadat ik vertrokken was uit Indonesië, waar ik geboren en 10 jaar getogen ben. Ik stopte in een dorpje met een markt, stapte uit, liep wat rond en kreeg tranen in mijn ogen toen ik de geuren tot mij door liet dringen.

“Wat is er met jou aan de hand” vroeg mijn Nederlandse reisgenoot en, kennelijk beland in een nieuwe ervaring, “laten we maar gauw weggaan van dit stinkende oord”. Ik zei: “Nog even niet ….., dit is mijn jeugd”. Dezelfde “smell”, andere emoties. Zijn heftige kennismaking, mijn dierbare herinnering.

Na zoveel jaren waande ik mij helemaal terug op de theeonderneming Bah Butong in de buurt van het Tobameer op Sumatra, in de kampong op de pasar (markt) met de mengelmoes van geuren van de kruiden, vruchten, groenten, vis, vlees en ander nog rondscharrelend (on)gedierte al dan niet overrijp en wachtend op hun weg naar de pan. Ook de riboet (lawaai) van hun waar aanprijzende mensen en het tawarren (onderhandelen) droegen bij tot die herinneringen. De woorden kwamen zo maar weer bij mij op, de herinnering aangemoedigd door de geuren.

Het totale beeld van voornamelijk de geuren en de geluiden vertelden mij onmiddellijk waar ik was, wat zich daar afspeelde en hoe ik als jongentje daartussen gespeeld heb. Het blijkt dat geuren en emoties in hetzelfde deel van de hersenen verwerkt worden en daarom geuren zo makkelijk herinneringen oproepen.

Verschillende geuren betekent ook verschillende gewoontes.

Maar het aanprijzen en het tawarren over de prijs van de individuele geurmakers zijn weer subculturen op zich, iedereen vecht daar op zijn eigen manier voor zijn centen en bestaan en tegen de buurman, want wat bij jou wordt uitgegeven gaat niet naar de ander. En aan het eind van de dag is hopelijk iedereen weer tevreden met zijn (ver)koop deals, het uiteindelijke doel van de mensen op de pasar om iets voor een goede prijs te bemachtigen en te verkopen.

Hoe anders gaat het op de Nederlandse markt! “The smell of the place” vertelt hier een heel ander verhaal. Hetzelfde doel, maar andere subculturen van de standhouders waardoor ook een totaal andere “smell of the place”, maar die vertelt wel welke van jouw ervaringen en emoties daarbij horen en hoe je op dié markt dan handelt, in Nederland toch wel heel anders dan in het Oosten.

Echte geuren of kunstmatig  geschapen?

Hoe zit dat bij organisaties? Weet je wat voor vlees je in de kuip hebt als je ergens binnenkomt? En hoe ga je daar mee om als je vaker over de vloer komt? Komt “the smell of the place” overeen met echte geuren van de samengesmolten subculturen binnen het bedrijf zoals op de markt? Veranderen de geuren ook als je langs de verschillende afdelingen of zelfs werk en “pauze” plekken loopt?

Misschien ervaar je wel de emoties die de organisatie jou graag wilt laten ervaren. De inrichting, de benadering, de kleding, de dynamiek, het gesprek, de vertrouwelijkheid…… en het eerste beeld van “the smell of the place” is geschapen. De meeste bedrijven besteden er veel aandacht aan om die eerste indruk goed te laten zijn, maar het kan verschillen, afhankelijk van wat je er komt doen. Kijk maar eens hoe je zelf de deur open doet als onverwacht de deurbel gaat.

Kom je vaker als klant op bezoek of werk je met organisaties om nieuwe dingen te realiseren dan ervaar je dat er, net als op de pasar, vele subculturen en geuren zijn die uiteindelijk bepalend zijn voor hoe het er werkelijk aan toe gaat, maar niet altijd tot uiting komen in “the smell of the place” die de buitenwereld, de klant of de leverancier, ervaart.

Een bos ruikt lekker omdat de combinatie van bomen, planten en dieren met hun specifieke geuren en weers- en gedaante invloeden een harmonie creëren die we over het algemeen als prettig ervaren en niet omdat alles in dat bos hetzelfde is.

Waar in de echte micro-culturen binnen organisaties over gesproken wordt, en door wie en waar, directeuren, managers en medewerkers bij het koffieapparaat, in het toilet, bij de lunch, op de rookplaats, tijdens één-op-ééntjes, recepties en feestjes, gaat het niet zelden over wat anders dan in het werk(overleg) of tijdens formele vergaderingen. Op de werk en “pauze” plek gaat het over wat de mensen echt bezig houdt. “The smell of the place” van de organisatie wordt niet altijd samengesteld door die van de werkelijke micro-culturen. Het formele proces hanteert vaak de kunstmatige spuitbus, “het politiek gewenste”, en zorgt voor een zo aangenaam mogelijke geur voor de top en de buitenwereld, de echte lokale geuren dringen niet altijd door.

Omgekeerd merk je dat, als er in de micro-culturen enthousiast en vrijuit gesproken wordt over wat je bij het bedrijf ervaart, “the smell of the place” authentiek en aangenaam is. Leidinggevenden en medewerkers denken, zeggen en doen consequent dezelfde dingen, voelen zich veilig en hebben niet zelden plezier in het werk. De context is goed. Precies wat je ook ervaart op de pasar waar iedereen zichzelf durft te laten zien en zich veilig voelt zijn waren met geuren en kleuren aan te prijzen en te onderhandelen, wetend dat als je te veel overdrijft of onzin verkondigt de passanten je negeren. Of zoals in het bos waar alles zijn eigen gang gaat.

En als die authentieke geur je bevalt, blijf dan die micro-culturen koesteren en voeden met de ingrediënten die ze vitaal en betrokken houden.

Zit er een ongewenst luchtje aan “the smell of the place” dan kan je er voor kiezen om andere spuitbussen aan te laten rukken óf op onderzoek gaan waar dat luchtje vandaan komt en hoe die micro-culturen, subculturen, onderstromen, silo’s, of hoe we ze ook allemaal willen noemen, gevoed en gekoesterd willen worden om het ongewenste luchtje niet meer te hoeven verspreiden.

Veranderingen om vervelende luchtjes te elimineren hebben geen zin als geen aandacht wordt besteed aan de oorzaak binnen de daarvoor verantwoordelijke micro-organismen. Organisaties gaan juist floreren als de juiste micro-organismen zich happy voelen en andere geen reden meer hebben om een ongewenst luchtje te verspreiden. Dan zal iedere verandering ter verbetering zijn weg bijna (wel blijven koesteren en voeden hoor!) vanzelf vinden.

In vroegere dagen vonden ze reukwateren uit om de slechte hygiëne te verdoezelen. We bedachten oplossingen om de onaangename geuren te voorkomen en toen we dat onder de knie hadden gingen we de parfums gebruiken om te verleiden.

Als de basis hygiëne binnen de micro-organisaties van het bedrijf op orde is dan is de kans groot dat de “smell of the place” authentiek en aangenaam is.

De leuke uitdaging blijft dan de geur van de verleiding te ontdekken.

Het (zich laten) ontwikkelen van het ideale geurenpallet van de micro-culturen kan wel eens de basis zijn voor succes. De dure en de vaak met de baas wisselende spuitbussen om vervelende geurtjes te verdoezelen kunnen dan de deur uit.

En net als in het bos hoeft niet alles hetzelfde te ruiken, de biotoop zorgt voor de balans en de boswachter voor de vitaliteit. Hij staat niet zelf aan de plantjes te trekken om ze te laten groeien, daar zorgen de beestjes en de plantjes samen wel voor met de beschikbare ruimte, licht en water.

Basis geuren?

We kunnen wel praten over de basis kleuren rood, groen en blauw en daarmee “alle kleuren van de regenboog” maken. De Caluwé creëerde een denkraam voor verander strategieën op basis van 5 kleuren door wit en geel aan de basis kleuren toe te voegen. Ook kennen we de basis smaken bitter, zoet, zuur en zout (en umami schijnt een vijfde te zijn voor hartigheid).

Maar gek genoeg bestaan er geen basis geuren. Hoewel een enkele wetenschapper zich waagt aan kamferachtig, muskusachtig, bloemachtig, muntachtig, etherisch (zoals een schoonmaakmiddel) , pikant en rottend. De gebruikte termen geven wel aan dat we te maken hebben met een vaag spectrum, eerder dichtbij een “regenboog van geuren” dan een basisgeur.

Ook is niet iedereen even gecharmeerd van dezelfde geuren. Toch weten we allemaal wel dat het ergens lekker ruikt of stinkt, maar één ding is zeker, de “the smell of the place” wordt uiteindelijk bepaalt door het samenspel van de micro-culturen, de onderstromen. Ruik je ergens de zoete geur van rozen of die van frisse limoenen dan weet je bijna zeker dat daar de spuitbus wordt gehanteerd.

Ervaar je een boslucht, of van een andere omgeving met positieve associaties, zoals mijn pasar, dan weet je dat het echt is.

Niets voor niets houd ik van “snuffelstages” en “één-op-ééntjes” die mij vertellen wat er werkelijk leeft en waar de spuitbus gebruikt wordt.

Zit ergens een luchtje aan dan moeten we oppassen, maar in geuren en kleuren iets horen vertellen associëren we over het algemeen met een positieve uitstraling.

Goed luisteren en proeven, dan zie je samenstelling van “the smell of the place”.


Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *